De Startmotor Wonen Eerst Jongeren helpt tien gemeenten om jongerendakloosheid op te lossen volgens de principes van Wonen Eerst. De ervaringen moeten uiteindelijk ook andere gemeenten in staat stellen om dakloosheid op deze manier aan te pakken. Mirthe Biemans van Housing First Nederland vertelt hoe de Startmotor werkt en waarom juist jongvolwassenen een eigen aanpak nodig hebben.
Dakloosheid is een woonprobleem
Uit de ETHOS-tellingen blijkt dat ongeveer een op de vijf getelde dak- en thuisloze mensen een jongere van 18 tot en met 27 jaar is. Veel van deze jongeren passen niet in het traditionele beeld van dakloosheid. Ze trekken van plek naar plek, slapen in een auto of verblijven op andere ongeschikte plekken, zoals in kelderboxen.
Voor dakloze jongeren is het moeilijk om een stabiele plek te vinden om te wonen. Om toegelaten te worden tot de opvang moeten ze eerst zorgproblemen hebben, terwijl jongeren die meestal nog niet hebben. En in de opvang wordt hun situatie ook niet beter.
Beeld: © Housing First Nederland / Willeke Kieft
Mirthe Biemans geeft een presentatie
"Met de Startmotor benaderen we dakloosheid als een woonprobleem, in plaats van als een zorgprobleem,” vertelt Mirthe. “Jongeren krijgen zo snel mogelijk een eigen stabiele woonplek waar ze langdurig kunnen blijven. Vanuit die basis krijgen ze passende begeleiding om hun leven verder op te bouwen. Voor 80% is dat lichte ondersteuning, 20% heeft wat intensievere begeleiding bij het wonen nodig."
Vier belangrijke voorwaarden
Om jongerendakloosheid op te lossen, moeten gemeenten volgens Mirthe vier zaken regelen. Allereerst moeten alle dakloze jongeren toegang krijgen tot de Wonen Eerst-aanpak, ook als ze geen zorgproblemen hebben.
Daarnaast zijn er voldoende woonplekken nodig. Dat kan een zelfstandige woning, studio of kamer zijn. Belangrijk is dat jongeren er langdurig kunnen blijven wonen en een huurcontract op eigen naam krijgen.
De derde voorwaarde is bestaanszekerheid: voldoende inkomen om de huur en dagelijkse uitgaven te betalen. Soms is ook financiële hulp nodig bij het inrichten van een woning.
Tot slot is passende begeleiding belangrijk. Mirthe: "Het gaat niet alleen om een woning. Je moet ook naast jongeren gaan staan en kijken wat ze nodig hebben. Bijvoorbeeld hulp bij geldzaken, een opleiding of het opbouwen van een sociaal netwerk. Die begeleiding moet ook beschikbaar zijn als jongeren zelf nog niet precies weten welke hulp ze nodig hebben."
"Partijen kunnen altijd redenen noemen waarom iets niet kan. Wij zoeken juist samen naar oplossingen."
Samen oplossingen zoeken
Housing First Nederland ondersteunt gemeenten een jaar bij het ontwikkelen van een concreet plan van aanpak. Daarvoor gaat Housing First Nederland met de gemeente, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties én jongeren om tafel.
"We kijken waar de problemen zitten en wat er nodig is om die op te lossen", legt Mirthe uit. "Hoe krijgen we woningen beschikbaar en welke afspraken zijn daarvoor nodig? Partijen kunnen altijd redenen noemen waarom iets niet kan, zoals een tekort aan woningen of passende begeleiding. Wij zoeken juist samen naar oplossingen. Want die zijn er altijd."
Beeld: © Housing First Nederland / Willeke Kieft
Lancering Startmotor Wonen Eerst Jongeren
Ook regiogemeenten doen mee
De Startmotor Wonen Eerst Jongeren werd in juni 2026 officieel gelanceerd samen met woningcorporatie Portaal en met steun van de Rijksoverheid. Nijmegen, Arnhem, Amersfoort, Utrecht en de Leidse regio sloten zich aan als eerste deelnemers. Inmiddels doen ook vijf andere gemeenten mee: Apeldoorn, Helmond, Oosterhout, Nieuwegein en Purmerend.
De deelname van Oosterhout en Nieuwegein vindt Mirthe extra bijzonder. Deze regiogemeenten hebben namelijk geen centrale rol in de organisatie van de maatschappelijke opvang. Die verantwoordelijkheid ligt vooral bij centrumgemeenten, die hiervoor ook geld van het Rijk ontvangen.
"Deze gemeenten zien dat er ook bij hen dakloze jongeren zijn en willen daar zelf iets aan doen", vertelt Mirthe. "Ze wachten niet af wat er vanuit de centrumgemeente wordt geregeld. Daarmee laten ze zien dat ook regiogemeenten jongerendakloosheid kunnen aanpakken."
Eerste stap naar een bredere aanpak
De ervaringen uit de tien gemeenten moeten een praktische leidraad opleveren waarmee ook andere gemeenten jongerendakloosheid kunnen aanpakken met Wonen Eerst. "Wat je nodig hebt, is overal grotendeels hetzelfde. Maar hoe je het organiseert, verschilt per gemeente", zegt Mirthe. "Daarom brengen we gemeenten ook met elkaar in contact. Zo kunnen ze van elkaar leren."
De ambitie gaat verder dan jongerendakloosheid. De Startmotor kan een eerste stap zijn naar een bredere toepassing van Wonen Eerst, bijvoorbeeld voor dakloze volwassenen en gezinnen. "Gemeenten zeggen: als dit lukt voor jongeren, willen we het ook voor andere dakloze mensen. Zo kan de aanpak zich steeds verder uitbreiden."
Maar voor Mirthe begint het bij de jongeren. "Een stabiele woonplek geeft de basis om een toekomst op te bouwen. Met de Startmotor willen we ervoor zorgen dat zoveel mogelijk jongeren die kans krijgen."