Hoe ziet het leven eruit van iemand die dakloos is — niet één moment, maar jaar na jaar? Om dat te begrijpen, volgt onderzoeker Nienke Boesveldt honderden dakloze mensen vijf jaar lang. Binnen werkpakket 2 van de Nationale Wetenschapsagenda Passende Huisvesting brengt zij hun woonpaden in kaart: de routes die mensen afleggen van dakloosheid naar een stabiele woning, en alles wat daartussen zit.

Beeld: © Het Beelddepot / Boudewijn Bollmann

“Ieder jaar gaan we weer naar deze mensen op zoek”, vertelt Boesveldt. Sommigen leven op straat, anderen logeren bij vrienden op de bank, in instellingen of hebben juist net een woning gekregen. “We willen echt weten hoe het met hen gaat. Hoe is de relatie met familie? Hoe zijn de contacten met hulpverleners? En wat maakt dat ingewikkeld, bijvoorbeeld door drugsgebruik of criminele contacten?” De ervaringsdeskundige interviewers die betrokken zijn bij het onderzoek kunnen daar goed op doorvragen, zegt ze.

Waarom dit onderzoek nodig is

Inmiddels weet Boesveldt dat ongeveer de helft van de mensen binnen vijf jaar een stabiele woning vindt. Zij kunnen weer aan het werk of bijvoorbeeld de kinderen ontvangen. De andere helft blijft vastzitten in tijdelijke opvang, logeerplekken of zelfs op straat. Ook een terugkerend patroon: mensen die eindelijk een woning krijgen, maar deze toch verliezen.

Volgens Boesveldt komt dat door de nog prille samenwerking tussen woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten. “Juist tussen die professionals valt nog veel te leren,” zegt ze. “Als het misgaat, trekt de dakloze persoon vaak aan het kortste eind. Die krijgt niet opnieuw een kans en belandt weer in de opvang.”

De inzichten van het onderzoek worden gedeeld met gemeenten, corporaties en zorginstellingen, waarna Boesveldt en haar team een jaar later terugkeren om te zien of er iets verandert. Daarnaast worden woonpaden gekoppeld aan beschikbare data, zoals zorggebruik, om zichtbaar te maken wat dakloosheid de samenleving kost.

Wat moet er gebeuren?

Lef en vasthoudendheid zijn volgens Boesveldt nodig om dakloosheid structureel op te lossen. Dat begint met het besef dat de huidige aanpak “ontzettend duur en levensontwrichtend” is. “En dat is niet nodig, blijkt uit onderzoek.”