Ervaringsdeskundigen kunnen blinde vlekken in theoretische casussen en onderzoeksmethoden blootleggen, waardoor onderzoek naar dakloosheid veel relevanter en toepasbaarder wordt. Toch gaat dit niet altijd vanzelf. Daarom onderzoekt Menno Soentken hoe mensen met ervaringskennis structureel en gelijkwaardig betrokken kunnen worden bij het onderzoek naar Passende Huisvesting – en hoe stigma daarbij kan worden voorkomen.
Beeld: © Academy Wonen Eerst
Onderzoekers wijzen op stigma
Het team van de Academy Wonen Eerst werkt onder meer met een DenkTank van mensen met ervaringskennis. Zij lezen onderzoeksvoorstellen kritisch mee en beoordelen of er sprake kan zijn van stigmatisering, bijvoorbeeld in de opzet of formulering. Zo wordt hun perspectief vanaf het begin meegenomen en leveren zij een actieve bijdrage aan de kwaliteit van het onderzoek.
Vroege betrokkenheid en gelijkwaardigheid
Het onderzoek naar Passende Huisvesting is inmiddels een paar maanden onderweg. Wat de onderzoekers nu al is opgevallen is dat ervaringsdeskundigen soms wat later dan gewenst worden uitgenodigd om mee te denken. “Je ziet dat onderzoekers vaak al hun onderzoeksdesign opstellen”, vertelt Soentken. “Dat is natuurlijk heel logisch vanuit het perspectief van onderzoek doen. Maar het is belangrijk om ervaringsdeskundigen al vroeg in het proces te betrekken om zo stigma te voorkomen.”
Daarnaast wordt de bijdrage van mensen met ervaringskennis vaak als
vrijwillig gezien, zegt Soentken, terwijl ze een professioneel perspectief bieden. “Gelijkwaardige beloning en waardering is dus een heel belangrijk thema”, noemt hij. “De oorzaak ligt onder meer bij institutionele barrières, zoals regels van de subsidieverstrekker of bestaande praktijken binnen universiteiten en hogescholen. Daardoor hebben ervaringsdeskundigen nog niet een gelijkwaardige positie.”
Verwachte resultaten
De Academy Wonen Eerst onderzoekt hoe deze positie kan worden versterkt en verwacht dat ervaringsdeskundigen uiteindelijk een structurele en duurzame plek in het onderzoek krijgen. Ook denkt Soentken dat kennisinstellingen steeds beter zullen beseffen hoe waardevol hun inbreng is – en dat daar een passende beloning bij hoort. “Het gaat immers om de leefwereld áchter de statistieken en áchter het onderzoek,” zegt hij. “Om wat het onderzoek daadwerkelijk betekent voor mensen.”