Het Bouwdepot, interview en podcast

Stel je voor: je krijgt 255 euro per maand en moet daar alles van betalen: de huur, de boodschappen, je opleiding, de zorgverzekering, je telefoon. Denk je nu: dat is onmogelijk? Toch is dit de situatie van veel thuisloze jongeren van 18 tot 21 jaar. Het Bouwdepot, een initiatief van Stichting Zwerfjongeren Nederland en Manon van Hoeckel, wil het tij keren. De jongeren krijgen een jaar lang een maandelijks inkomen van 1050 euro als fundering om aan zichzelf en hun toekomst te bouwen.

De bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar is zo laag, omdat de wet stelt dat de ouders onderhoudsplicht hebben: zij moeten meebetalen aan het levensonderhoud van hun kinderen. Maar wat als de ouders uit beeld zijn, niet meer leven of niet kunnen of willen betalen? Wat als je niet naar school kunt of geen baan hebt? Deze jongeren belanden in een kwetsbare situatie, bouwen schulden op en dreigen dakloos te worden.

Luister de ‘Podcast met staatsecretaris Blokhuis - Een Bouwdepot Special’
Welkom bij deze speciale aflevering, waarin je dit keer niet de jongeren, maar een interview hoort met staatssecretaris Paul Blokhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Blokhuis roept namelijk op tot onconventionele plannen, rondom dak- en thuisloosheid.

Het Bouwdepot - de Podcast

VOICE-OVER: 
Dit is het Bouwdepot - de Podcast.  
Een jaar lang volgen we 5 voormalig dak- en thuisloze jongeren. Ze ontvangen een maandelijks inkomen, om hun leven weer op te bouwen. 
 
Welkom bij deze speciale aflevering, waarin je dit keer niet de jongeren, maar een interview hoort met staatssecretaris Paul Blokhuis. Van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Blokhuis roept namelijk op tot onconventionele plannen, rondom dak- en thuisloosheid. 
 
JESSY: 
Hallo!, Wij zijn van het bouwdepot, en we hebben een afspraak met meneer blokhuis. 
  
VOICE-OVER: 
Manon van Hoeckel, ontwerper van het Bouwdepot en Jessy de Cooker, journalist en schrijver van het project, staan bij de receptie van het Ministerie. Ze hebben namelijk een afspraak met Paul Blokhuis. 
Ze gaan met hem in gesprek over het Bouwdepot, dat een van deze onconventionele projecten is. Door de steun vanuit het Ministerie krijgen nu 5 extra jongeren een jaar lang een bouwbudget van 1050 euro per maand. Manon en Jessy spreken Blokhuis in zijn werkkamer. 
Aan de wand hangen allemaal foto’s van dak- en thuisloze mensen. 
Die hem, zoals ie zelf vertelt, iedere dag herinneren waarom hij dit actieprogramma opzette. Wat zorgt er eigenlijk voor dat de staatssecretaris zo betrokken is bij deze mensen? 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Ik kom uit een gelovig gezin. Mijn vader was dominee in de kerk. Trouwens ik heb een tweelingbroer die is ook dominee, die heeft eigenlijk hetzelfde werk als ik alleen hij doet het in een kerk en ik doe het in het publieke leven. Gewoon een enthousiast verhaal vertellen. Wij zijn best wel snel ergens enthousiast voor te krijgen, zeker als we d’r heel erg achter staan, en in mijn opvoeding heb ik heel erg meegekregen: je moet voor je medemens klaar staan. En dat elk mens, welke leeftijd ook, een plek verdient, en het verdient om zijn talenten te kunnen ontwikkelen, of haar talenten. 
En dat is ook de rode draad in al m’n werk dat ik hier doe bij VWS, iedereen verdient een plek en iedereen moet kunnen meedoen. 
Die slogan die gebruik ik heel vaak: iedereen moet kunnen meedoen. Zeker mensen in een kwetsbare positie en zeker jongeren. Ja dat gaat me naar de strot joh, als ik gewoon getalenteerde mensen zie, die door shit in hun jeugd, of door eigen stommiteiten, maar vaak is het gewoon een hele samenloop van dingen. Als ik zie dat ze daardoor kansen gemist hebben en zelfs op straat geschopt, letterlijk. Gewoon door allerlei factoren waar ze zelf eigenlijk niks aan kunnen doen op straat zijn beland en allemaal verstoorde relaties. Ja dat gaat me heel erg naar de strot. Ik heb zelf ook kinderen en ik projecteer dat ook op m’n eigen kinderen van: Oké, stel dat een van mijn kinderen dat zou overkomen. Dat maakt mij heel erg gemotiveerd om op te komen voor zo’n kwetsbare groep, en ik wil eigenlijk dat die kwetsbare groep juist een sterke groep wordt. Zo van: potverdorie, wij hebben ook talenten en wij doen ertoe en wij mogen er zijn. En wij moeten in Nederland een kans krijgen om ons talent te ontwikkelen. Daar wil ik, voor zover dat in de macht van de overheid ligt, alles aan doen. 
 
VOICE-OVER: 
Paul Blokhuis verteld over het actieprogramma “dak- en thuisloze jongeren”, dat begin 2019 startte. 
Hij werkt samen met gemeenten aan een aanpak, om ervoor te zorgen dat jongeren altijd een dak boven hun hoofd hebben. 
En dat als ze in de opvang terecht komen, dit van korte duur is. 
Hij stelt als doel dat eind 2021, er geen enkele jongere langer dan 3 maanden in de opvang zit. Een ambitieus doel dat toch vragen oproept. 
 
MANON: 
Nou ik vraag me meteen af, want u heeft het over niet langer dan 3 maanden in de opvang. Ik zag, in uw takenpakket staat ook preventie heel hoog bovenaan. Dat proberen we ook met dit project, om ons daarop te focussen. Kan ik daar iets over vertellen. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Jaa dat is wel heel goed dat je dit zegt Manon trouwens, want daar begint het natuurlijk wel mee. Eigenlijk wil je niet, überhaupt al dat jongeren in de opvang komen. Maar het sluitstuk is, want dat is meetbaar. Als jongeren die in de opvang zitten niet langer dan 3 maanden daar zitten dan hebben we ons doel bereikt bij die gemeenten. Maar we hebben eigenlijk ons ultieme doel bereikt als jongeren überhaupt niet in de opvang komen, maar als jongeren woningzoekende zijn dat we ze daarin faciliteren. En preventie is dan ook een hele belangrijke, dat betekent ook dat jongeren bijvoorbeeld die de jeugdzorg, intramurale. Die in een instelling zitten, als die die verlaten dat die niet opeens denken van: oké, en wat nu? Ik sta met een plunjebaal op staart, een tas en wat nu? 
En dat merken we nog te vaak, de overgang 18 min/18 plus, opeens uit de jeugdwet en daar sta je. 
Ik vind… een paar dingen niet, ja vind ik dat we uitgaan van foute veronderstellingen in Nederland. 
Namelijk dat jongeren van 18, dat die zo volwassen zijn, dat ze alles aankunnen. Nou ik heb zelf kinderen zoals ik al zei, en 18-jarige kunnen onwijs bijdehand zijn en ook heel wijs. Maar om van ze te verwachten dat ze de wereld aankunnen vind ik overvragen, zelfs als ze in een heel harmonieus gezin opgroeien, met een bak zakgeld, studie en alles. Alles in een gespreid bedje, dan nog is het overvragen en zeker van jongeren die kansen hebben gemist, die ellende hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld huiselijk geweld thuis, in de jeugdzorg zitten, buiten hun eigen woning of die in een pleegzorg hebben gezeten. Daarvan verwachten ze/we dat ze op hun 18e opeens op eigen vleugels kunnen staan en dat vind ik een irreële verwachting en daar moeten we echt werk van maken dat jongeren er veel beter op geprepareerd zijn. 
 
VOICE-OVER:
En daar werk van maken, dat doen we. We startte begin dit jaar met het Bouwdepot. Manon legde uit wat dit precies inhoudt. 
 
MANON: 
We zitten hier dus voor het project “het bouwdepot”. We zijn het gestart in samenwerking met Stichting Zwerfjongeren Nederland, journalisten en ontwerpers. En eigenlijk hebben we gehoor gegeven aan uw oproep om met onconventionele plannen te komen. We focussen ons vooral op jongeren vanaf 18 jaar, omdat we zien dat er een enorm gat is tussen 18 en 21 jaar. Als deze een bijstand ontvangt dan is ie 255 euro. En daardoor zien we dat jongeren in een enorm gat vallen, wat eigenlijk bijna niet meer te dichten is daarna. En we dachten: hier wordt zó veel over gepraat, maar eigenlijk nog weinig gedaan, we gaan het gewoon proberen. Met 5 jongeren zijn we een pilot gestart, uit de gemeenten Eindhoven, Den Haag en Rotterdam en 5 van die jongeren krijgen een jaar lang 1050 euro dat is volgens het Nibud. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Per maand hé! 
 
MANON: 
Ja per maand. Dat is volgens het Nibud wat je maandelijks nodig hebt als 21-jarige om rond te komen. Dus als zelfstandige volwassene. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Vind je het goed als ik af en toe wat vraag 
 
MANON: 
Jazeker, graag 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Want hoe heb je die jongeren geworven, wat was het criterium van jullie? 
Hebben jullie een algemene oproep gedaan en hebben 5 de vinger opgestoken? 
 
MANON: 
Nee, nee want ik denk dat als we dat zouden doen dan…  
 
PAUL BLOKHUIS: 
Dan heb je er 500.  
 
MANON: 
…of misschien nog wel meer.  
We werken samen met partnerorganisaties in Eindhoven, Den Haag en Rotterdam. Zoals stichting Mara of Neos in Eindhoven die jongeren begeleiden, en die hebben dus jongeren uitgekozen die al bij hun in beeld waren. Omdat we het belangrijk vonden dat alle jongeren al een begeleider hebben waar ze een goeie band mee hebben. Omdat wij, wij zijn met een klein team, wij kunnen jongeren niet die begeleiding geven en daarnaast: wij zijn geen maatschappelijk werkers, dus we hebben ook die expertise niet, dus daarin werken we samen. Dus zij kijken daarin: waarvan denken wij dat die jongeren die het echt goed kunnen gebruiken en in dat jaar stappen kunnen maken. 
  
VOICE-OVER: 
Tijdens de Bouwdepot pilot zijn de ervaringen van de jongeren, Rami, Kyra, Shuburney, Gino en Imane, leidend. Ze waren niet bij het gesprek met Blokhuis, maar we hebben hun ervaringen wel doorgegeven aan de staatssecretaris. 
 

 
[overgang in recording van de jongeren] 
 
“Hoi ik ben Rami, ik ben 21 jaar, het is fout gegaan zegmaar waar door ik dakloos ben geworden en sinds die tijd heb ik zegmaar altijd in hetzelfde cirkeltje gezeten. Het is een kans die ik op dit moment krijg om verder te gaan met m’n leven” 
 
“Ik ben Shuburney, de eerste maand heb ik meteen al bijna de helft meteen afgelost. Dus dat ging echt supersnel, zoals ik al zei. Alleen ja, toen merkte ik wel van oh: ja, dan heb ik zelf geen geld meer voor mezelf over. Dus daar moest ik echt een balans in zien te vinden” 
 
“Hoi ik ben Gino. Meer geld haalt gewoon zo veel geldzorgen van je af, vooral.. Als ik de uitkering nu zou hebben zou ik niet genoeg hebben om van te leven. Dan zou ik 300 euro minder krijgen. Dat betekend dat ik mijn schulden niet had kunnen afbetalen” 
 
“Nou ik ben Kyra, ik kon voor de eerste keer een eigen taart laten maken. Ik hoefde niet op m’n vingers te tellen hoeveel geld ik nog had. Ik kon echt letterlijk kiezen van: wat wil ik voor mijn verjaardag” 
 
“Ik ben Imane, Sowieso zien mensen, die niet weten wat dakloze jongeren zijn, ze zien hun meestal 9 van de 10 keer als probleemjongeren zeg maar. 
Maar 9 van de 10 keer zijn het geen probleem jongeren maar jongeren met problemen” 
 - 
 
MANON: 
Ook al zijn het er maar 5, we denken dat we daar al heel veel uit leren. 
Nou we zijn nu iets meer dan een half jaar verder en dat blijkt ook zeker zo dat we daar veel van leren en dat is dus helemaal op basis van vertrouwen. 
Dus we controleren de jongeren niet, tenzij ze zelf aangeven dat ze dat willen. 
 
 
VOICE-OVER: 
De aanpak van het bouwdepot gaat om het geven van vertrouwen. 
Vertrouwen is voor Paul Blokhuis ook een belangrijke pijler, ook al komt hij nog  vaak het tegenovergestelde tegen. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Ter illustratie: ik was in een gemeente, ik zal geen naam noemen. Maar daar ging het over het geven van een briefadres. Als je dakloos bent en je hebt geen adres. Nou dan zeggen ze: wil je een uitkering? Je hebt geen adres, kunnen we niet overmaken en dan kom je in een cirkeltje te rennen. Ik was bij een gemeente en ik zei: geven jullie een briefadres aan zwerfjongeren? En toen zei die ambtenaar die ik het vroeg, die zei: weet je wel hoeveel daarmee gefraudeerd wordt? En toen werd ik best wel pissig en ik zei: maar als dat je houding is om jongeren te helpen, dan moeten we straks niet verbaasd zijn als we straks 80 000 dak- en thuisloze jongeren hebben. Als je alles doet vanuit wantrouwen en jongeren niet wil helpen, of tenminste niet wil: met heel veel moeite helpen dus: ga uit van vertrouwen en controleer zelf maar of ze er de goede dingen mee doen. 
 
MANON: 
Hoe komt dat denkt u dat we zo uitgaan vanuit fraude en zo willen controleren, in plaats van beleid maken op basis van vertrouwen? 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Kijk, er zijn natuurlijk ook mensen die misbruik maken van vertrouwen. En ff gewoon een heel simpel voorbeeld: in de toeslagenregeling, bij de belastingdienst, waar nu alle ellende met de ouders in de kinderopvang met toeslagen ontstaan is. Is dat er mensen in Oost-Europa met bankpasjes liepen te wapperen van ING: Jongens, als je daar zegt dat je je kinderen naar de kinderopvang hebt dan krijg je een bak geld, dus allemaal naar Nederland. Dus er zijn mensen die misbruik maken. 
En dat kan bij sommige mensen die zeg maar aan de knoppen zitten om dat beleid te maken, kan dat de reflex geven van: dan gaan we de hele kraan dichtdraaien en iedereen wantrouwen. Je kan ook zeggen: laten we die mensen dan heel gericht aanpakken en laten we wel als uitgangspunt vertrouwen houden. Dat heeft volgens mij heel erg te maken met jouw mens-benadering. Ik ben zelf ook wel opgevoed vanuit de gedachte: elk mens is geneigd om verkeerde dingen, keuzes te maken, daar ben ik ook van overtuigd dat dat zo is. Kijk alleen maar naar het verkeer. Maar dat wil niet zeggen dat je mensen niet moet vertrouwen. En ik denk: als je mensen vertrouwen geeft, dan krijg je dat in de meeste gevallen ook terug. En als we daar van uit gaan, dan krijg je een veel mooiere en gezellige samenleving, volgens mij. 
 
MANON: 
Wat is daarvoor nodig, om ervoor te zorgen dat meer mensen zo gaan denken en handelen en dat beleid daar ook op wordt aangepast. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Ja een heleboel is daarvoor nodig, maar het begint met vertrouwen geven en dan zie je dat dat in heel veel gevallen terugkomt. En als er sprake is van misbruik dan: ga dan niet in een paniekreactie alle vertrouwen overboord gooien, maar ga dan gericht aanpakken waar de ellende zit. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar dat zou eigenlijk dan de vertrekpositie moeten zijn, dat je zegt: dan gaan we heel gericht naar die mensen die er een potje van maken, in plaats van dat we tegen iedereen zeggen, ook de goedwillende, je maakt er een zootje van. Dat vind ik echt wel heel erg ellendig. De jongeren die dak- of thuisloos zijn, daar zit vaak een stigma op van: ah het zijn profiteurs, of stelletje lapzwansen, bankhangers en hebben nergens zin in. Nou ik heb er zat gesproken, die zijn juist heel eager. Ieder mens heeft volgens mij ook iets in zich dat ie iets moois van z’n leven wil maken, van: geef mij kansen, ik zal niet zeggen iedereen wil huisje boompje beestje, maar… De meeste mensen willen toch echt iets moois van hun leven maken, geef ze die kans. 
 
MANON: 
Als we het even hebben over de inkomenspositie van de jongeren en de preventie kant daarvan. 
We weten dat jongeren die in de bijstand zitten tussen de 18 en 21 255 euro per maand ontvangen. 
Nou daar zou ik niet van rond kunnen komen. 
Ik vroeg me af, nu met Corona, ik ben zelf ZZP’er, als ik zou willen kan ik nu best makkelijk TOSO aanvragen. Daar wordt massaal geld voor uitgetrokken om eigenlijk al qua preventie, het is niet zo dat ik bijvoorbeeld al dik in de schulden zit helemaal aan het begin van Corona, maar om ervoor te zorgen dat mensen zoals ik niet in de problemen komen kan ik die TOSO aanvragen. 
Misschien een beetje naïeve vraag, maar hoe komt het dan dat die inkomenspositie voor deze doelgroep: dus jongeren waarvan ouders buiten beeld zijn tussen 18 en 21, dat dat nog steeds dat lage bedrag is? Terwijl we weten dat we jongeren daarmee de schulden in jagen. 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Nou op zich zich dat het zo ontstaan is vind ik heel logisch te begrijpen, sterker nog, dat vind ik verdedigbaar Want het uitgangspunt is dat ouders tot je 21 financieel verantwoordelijk zijn. Op zich ook al ingewikkeld, ik heb het niet het niet bedacht, maar ik word wel geacht de wet uit te voeren en te verdedigen. Maar in Nederland is het zo: 18: volwassen, maar 21 eigenlijk financieel volwassen. Want dan laten ouders je los, die zijn tot die leeftijd financieel verantwoordelijk. En vanuit die gedachte is het logisch dat de overheid zegt: er moet ook een prikkel zijn voor jongeren om of te gaan studeren of om aan het werk te gaan. En als een jongere tot 21 zegt van: wat, je stopt met je studie, naar welke rekening moeten we 1200 euro overmaken, dat is een verkeerde prikkel. Maar de prikkel gedachte bij een lage bijstandsuitkering van jongeren tot 21, die is ingegeven vanuit de gedachte: jongeren wonen bij hun ouders, of, als ze al zelfstandige zijn, dan helpen die ouders financieel. En dat houdt niet rekening met jongeren die de boot hebben gemist, die een paar wissels hebben genomen waarvan we hadden gehoopt dat ze die niet hadden genomen. En die dus volstrekt niet uit kunnen met dat geld, waar we het al over hadden: de huur, je kan nog geeneens een kamer huren voor 250 euro of je moet wel een heel erg buitenkansje in Verweggistan hebben. Daar kom je echt niet mee uit. 
Wat heel belangrijk is is dat gemeenten wel mogen zeggen dan van in deze uitzonderlijke situatie, je ouders dragen geen financiële verantwoordelijkheid voor je om welke reden dan ook, dan mogen wij als gemeente dat aanvullen. Die mogelijkheid bestaat. En waar ik tegenaan loop, en ook de staatssecretaris van sociale zaken, dat is dat gemeenten wel de mogelijkheid hebben, maar dat velen daar geen gebruik van maken. En wij hebben een organisatie in Nederland: Divosa, dat is een organisatie waarin de directeur van sociale diensten van alle gemeenten in vertegenwoordigd zijn. Die hebben wij opdracht gegeven om alle gemeenten, maar ook zeker mensen in de uitvoering, bij het jongerenloket enzo. Om die goed te instrueren dat gemeenten daar een uitzondering mogen maken. Er zijn gemeenten die zeggen: Ja maar gast, je gaat toch niet iedereen 1000 euro geven, Maar als aantoonbaar is dat jongeren zich anders niet redden en ze komen in de opvang, maak dan even voor jezelf de rekensom, nog even los van maatschappelijk belang hé, want het grootste belang vind ik dat jongeren gelukkig zijn. En als jongeren buiten de boot zijn gevallen, letterlijk de deur uit zijn gegooid dan moet je als gemeente voor ze in de bres springen, die verantwoordelijkheid heb je ook 
Maar maak dan ook ff een sommetje van hoeveel kost maatschappelijke opvang, dat je jongeren opvangt in een instelling. Kost al gauw 30.000 euro per jaar en hoeveel kost het om die uitkering tijdelijk aan te vullen om jongeren in staat te stellen zelfstandig te wonen. Maar dat is het belangrijkste verhaal. De uitgangspunt is. De veronderstelling is dat jongeren thuis wonen of dat ouders bijbetalen en dan is 255 euro, tis niet veel, maar dat is dan goed. Maar waar het fout gaat, en helaas gaat het vaak fout, anders hadden we geen 12.000 jongeren onder de 30 die dak- en thuisloos zijn. In die gevallen kijken we naar die gemeenten van: alsjeblieft, maak gebruik van je bevoegdheid van je mogelijkheid om die uitkering gewoon aan te vullen. En dat laatste, dan mag je ook naar ons kijken, dat moeten we veel meer, veel harder op duwen. Nou dat doen we nu ook met Divosa zeg maar. 
 
VOICE-OVER: 
In het Bouwdepot krijgen jongeren, waarvan de ouders buiten beeld zijn, door het bouwbudget kansen die ze anders nooit zouden krijgen. 
Manon en Jessy vroegen blokhuis hoe hij kijkt naar de werkwijze en het experiment die het bouwdepot biedt 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Wat ik ervan zie van jullie presentatie en de achterliggende gedachte, zeg ik wel dat deze aanpak mij heel erg aanspreekt omdat ie uitgaat van een paar uitgangspunten die naadloos aansluiten waar ik van uit ga: 
Geef jongeren vertrouwen. Geef jongeren een kans om hun talenten te ontwikkelen. En doe dan ook boter bij de vis, daar hoort ook gewoon vaak geld bij. Dus je kan wel zeggen: ik geef jou vertrouwen! Nou fijn. En nu? Nee we geven jou 1000 euro per maand om dan ook iets te kunnen opbouwen.  En dan kan je inderdaad wat, wie zei dat? Shur, Shurny? Die zei: ik heb m’n schuld ff afgelost en toen kwam ik erachter dat ik zelf verder niks over had. Ja ze leren daarmee ook met geld omgaan op die manier. Dus het heeft een heleboel mooie kanten. De aanpak spreekt mij heel erg aan. Ook het spelen met het woord bouw. Compliment, ik vind het heel gaaf hoe jullie dit hebben opgezet, dit concept. En naast de andere 7 concepten die wordt gefinancierd ben ik heel benieuwd want, kijk dit moet ergens. Eigenlijk hoop je dat dit een soort aanpak kan worden die je breder kan uitrollen. En in die zin vestig ik ook wel een beetje m’n hoop op jullie.. Van blijf als team bij elkaar en laat ff Nederland zien dat je iets moois tot stand kan brengen wat ook navolging verdient en een bredere uitrol.  Hoop ik ook dat die bij die andere projecten ook wat goede voorbeelden zitten. Het is ook niet zo dat we deze projecten zijn gestart met de gedachte: weet je wat, je krijgt een jaar geld en daarna gaan we verder en iedereen begint weer met z’n ouwe ding. We willen juist ook vernieuwen en aanpakken en daar zijn jullie goed mee bezig. 
 
MANON: 
Heeft u nog tips voor ons van hoe kunnen we dit nou zo goed mogelijk aanpakken want we hebben nu door financiering vanuit u, vanuit VWS hebben we 5 nieuwe jongeren. 
We zijn nu in totaal met 10. 
Maar we willen er natuurlijk volgend jaar 100 en het jaar daarop nog meer en dat gemeenten dit gaan oppakken Hoe kunnen we dat volgens u het beste aanpakken? 
 
PAUL BLOKHUIS: 
Terecht noem je ook de gemeenten, want ik vind dat de gemeente. Kijk gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdzorg, voor 18 min. En gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor de wet maatschappelijke ondersteuning, dat is 18 plus hulpverlening, begeleiding. Jongeren helpen uit bed komen als ze helemaal geen ritme meer hebben enzo, of naar de dagbesteding. Maar ook huisvesting, scholing, uitkeringen, allemaal verantwoordelijkheden van de gemeente. En ik denk dat de gemeente wel een belangrijke partner zijn. Ook bij dit type aanpak, want heel simpel gezegd als je zegt: wij willen dit soort aanpak en dat hoeft echt niet altijd met 1050 euro per maand. Maar je kan gewoon met gemeenten een soort businesscase maken. 
Van: joh eh, dit kosten we per maand, per jongere om ze goed op weg te helpen. Het zou mooi zijn als je met die 5 aan kan tonen dat ze ook echt stappen zetten. Dan heb je een goede trackrecord en kan je zeggen van: kijk! 
Dit bereiken wij. Die garantie heb je natuurlijk niet he, het kan zijn dat er 3 de bocht uit vliegen en dat je 2 hele mooie resultaten hebt. Maar dan kan je zeggen: het kan heel goed werken. En dan kunnen gemeenten een businesscase maken. Zeggen van oké: maatschappelijke opvang kost dit, jullie aanpak kost dat, we gaan dat breder uitrollen. En dan niet alleen door VWS gefinancierd maar ook door gemeenten. 

VOICE-OVER: 
De kansen liggen volgens Paul Blokhuis bij de gemeenten. 
En we willen graag in gesprek met verschillende gemeentes. 
Om uit te zoeken waar de kansen, maar misschien ook de belemmeringen precies liggen. 
Werk je toevallig bij de gemeente en ben je geïnteresseerd in het Bouwdepot? 
Neem dan vooral contact met ons op. 
En luister je voor het eerst naar de Bouwdepot podcast? 
Je meld je eenvoudig aan voor ons WhatsApp kanaal door een WhatsApp bericht te sturen naar ons telefoonnummer 06 82 18 63 12 
Zo krijg je iedere maand automatisch de nieuwste aflevering op je telefoon. 

Uit de overlevingsstand

Een van hen is de 21-jarige Kyra. Dankzij het Bouwdepot had ze voor het eerst in jaren financieel – maar vooral mentaal – de ruimte om haar eigen verjaardag te vieren. Kyra: “Ik heb een grote taart gekocht en merkte hoeveel verschil dat maakt. Als je jezelf continu afstraft, ga je je ook minderwaardig voelen.” Door het inkomen van het Bouwdepot kwam ze uit de overlevingsstand. “Eindelijk heb ik eens geen financiële stress, waardoor ik andere dingen kan aanpakken. Door het Bouwdepot durf ik mijn trauma’s in de ogen te kijken.”

Portret van Marleen van der Kolk
Marleen van der Kolk

Financiële rust

Marleen van der Kolk, programmamanager bij Stichting Zwerfjongeren Nederland: “Dit voorbeeld laat zien dat we de jongeren met het Bouwdepot veel meer geven dan een maandelijks inkomen van 1050 euro. We geven de jongeren financiële rust. We onderzoeken of ze met een Bouwdepot een volgende stap in hun leven kunnen zetten op weg naar een zelfstandige toekomst.”

Met de aanpak van het Bouwdepot krijgen de jongeren – onder begeleiding – zelf de regie, zonder voorwaarden, eisen of een tegenprestatie. Uitgangspunt is het bedrag van 1050 euro dat volgens de Participatiewet voldoende is voor een alleenstaande jongere vanaf 21 jaar.

Maatwerk

Marleen: “Het Bouwdepot onderzoekt samen met social designers en de Hogeschool Utrecht wat financiële bestaanszekerheid met deze jongeren doet. De Hogeschool Utrecht monitort de werkzame elementen in onze aanpak. De designers doen vooral empathisch onderzoek bij de jongeren (en hun begeleiders): ze halen inzichten en ervaringen op: wat werkt wel en wat kan beter. We zetten in op preventie en zijn op zoek naar duurzame oplossingen. Die komen in de vorm van een handreiking straks beschikbaar voor elke gemeente. We knutselen niet aan het systeem, maar maken individuele bouwplannen voor de jongeren om ze te ondersteunen in een volgende stap op weg naar een zelfstandige toekomst. Om een leven lang in de bijstand te voorkomen. Zo geeft het Bouwdepot gemeenten de mogelijkheid om maatwerk te leveren, bijvoorbeeld via een aanvulling uit de bijzondere bijstand.”

Het Bouwdepot ging in februari 2020 van start in Rotterdam, Den Haag en Eindhoven met de eerste vijf jongeren, gesubsidieerd door verschillende fondsen: Stichting Doen, FNO en Fundatie Santheuvel Sobbe. Een paar maanden later maakte VWS geld vrij, samen met het Kansfonds, voor vijf nieuwe jongeren. “Geïnteresseerde gemeenten kunnen altijd contact met ons opnemen over onze aanpak en de lessen die we hierin hebben geleerd.”

“Denk vanuit de wereld van de jongere. Help met een kamer en een inkomen – dan kunnen we de cirkel doorbreken.”

Begin bij de leefwereld van jongeren

Het Bouwdepot is een nieuwe benadering van een complex vraagstuk. “We bedenken met z’n allen te snel oplossingen die niet vanuit de leefwereld van de jongeren komen en daarom sluiten ze ook niet aan”, weet Manon van Hoeckel, hoofddesigner van het Bouwdepot. Als social designer ontwerpt ze geen objecten, maar systemen. “Ik duik in de leefwereld van de jongeren – praat met ze over hun behoeften, hoe ze contact leggen – en ontwerp iets wat bij hun wereld past.” 

Portret van Manon van Hoeckel
Manon van Hoeckel

Wie ben ik?

Het project begint met een periode van rust, de zogenaamde Bouwvak. Waarom is dit belangrijk? Manon: “Veel projecten sturen op werk, maar wij zien dat sommige jongeren daar nog niet aan toe zijn. Ze hebben vaak een moeilijke jeugd gehad, zijn soms al jaren dakloos, bivakkeren bij vrienden op de bank, hebben trauma’s opgelopen. Het werkt niet als we zeggen: je moet binnen een halfjaar weer op school zitten of aan het werk zijn. Ze moeten eerst ontdekken wie ze zijn en waar ze goed in zijn, voordat ze aan een baan kunnen beginnen. Die periode van rust is een belangrijk herstelmoment.”
De begeleiders van het Bouwdepot ondersteunen ze in deze fase en helpen om financieel overzicht te krijgen. “We werken samen met lokale organisaties die de jongeren al kennen.”

Bouwplan geeft houvast

Een belangrijk onderdeel van het Bouwdepot is het Bouwplan. Manon: “Dit is een persoonlijk plan van aanpak dat we samen met de jongeren opstellen. Ze geven zelf aan wat zij realistische doelen vinden: schulden afbetalen, op zoek naar werk, sparen voor een rijbewijs. Ze bepalen ook zelf wat de afspraken zijn.” De een wil in zijn Bouwplan opnemen dat hij geen geld mag uitlenen aan vrienden. De ander wil vastleggen dat hij maximaal 20 euro per maand aan computerspelletjes mag uitgeven. “Doordat de jongeren hun eigen grenzen stellen, lukt het veel beter om zich hieraan te houden. Het Bouwplan geeft houvast en sluit aan bij hun motivatie, waardoor er een grotere kans van slagen is. Net als bij je eigen kinderen.”

Vertrouwen en waardering

Manon: “De jongeren mogen helemaal zelf beslissen hoe ze het geld inzetten – ook dat is nieuw aan ons project.” Kunnen ze dat wel aan? Manon vertelt dat deze jongeren juist heel goed weten hoe ze hun leven willen invullen en waar ze aan toe zijn. “Het zijn jongvolwassenen met toekomstdromen en ambities, ze willen een diploma halen, werk doen waar ze goed in zijn, net als hun leeftijdgenoten. Wij geven ze het bedrag vanuit vertrouwen en waardering, waar nodig met iets meer financiële begeleiding. Zo creëren we veiligheid – een belangrijke pijler van het Bouwdepot.”

“Wil dit meisje niet – of is ze er nog niet klaar voor? Je moet durven loslaten en niet steeds willen controleren.”

Oordelen loslaten

Welke inzichten hebben jullie opgedaan? Manon heeft ervaren dat ze snel in een oplossingsmodus schiet die bij haar eigen leefwereld past. “Ik wilde een dakloze jongere zonder inkomen helpen om een baantje te zoeken. Want ik dacht: dan komt hij wel uit de problemen. Van hem leerde ik: je kunt je pas inspannen als je een plek hebt waar je helemaal kunt ontspannen.”

Marleen: “Ik heb geleerd mijn oordelen los te laten. Om vanuit een ander perspectief te kijken. Wil dit meisje niet – of is ze er nog niet klaar voor? Is deze jongen lui – of is hij eenzaam en onzeker? Je moet durven loslaten en niet steeds willen controleren.”

‘Waarom zoeken ze geen baan?’

Marleen: “De samenleving heeft hardnekkige oordelen die deze jongeren niet helpen. Van ‘die ouders moeten dat toch betalen’, hoewel die helaas om verschillende redenen buiten beeld zijn of soms zelfs allebei overleden, tot ‘waarom zoeken ze niet gewoon een baan’.

Manon: “We horen bijvoorbeeld: een rijbewijs halen met geld uit het Bouwdepot, heeft dat wel prioriteit? Maar voor die jongen is een rijbewijs veel meer dan autorijden. Het betekent zelfstandigheid, vrijheid. Een rijbewijs maakt zijn wereld groter en brengt nieuwe mogelijkheden, ook voor werk.”

Marleen vult aan: “Alle ouders met kinderen in deze leeftijd stimuleren ze om hun rijbewijs te gaan halen. Maar als deze jongeren dat willen, denken we ineens: is dat nou wel nodig? Van die oordelen moeten we echt af. Als een jongere met het Bouwdepot zijn rijbewijs kan gaan halen, is dat volgens mij een verdomd goede keuze met een grotere kans op een (bij)baan.”
 

“Ik ben eindelijk geen probleemjongere meer, maar een jongere met problemen.”

Fouten maken mag

De jongeren worstelen zelf ook met oordelen en overtuigingen. Manon: “Ze hebben het gevoel dat ze nergens fouten mogen maken. Terwijl falen juist ergens goed voor is; daar leer je van. Het Bouwdepot geeft ze de ruimte en het vertrouwen, iets wat ze vaak hun hele jeugd hebben gemist. Een van hen zei: ‘Ik ben eindelijk geen probleemjongere meer, maar een jongere met problemen.’

Representatief beeld

Met een beeldbank voor journalisten wil het Bouwdepot het beeld van ‘de dakloze jongere’ bijstellen. “Mensen denken bij zwerfjongeren snel aan een onverzorgd type dat ergens buiten slaapt. Dat beeld is niet representatief. Het zijn gewone jongeren; aan hun uiterlijk herken je ze niet. Ze hebben niet zelf gekozen voor een moeilijke jeugd; vaak is dat ze overkomen door een instabiele thuissituatie – of omdat ze helemaal geen thuis hebben. Het gros heeft domme pech gehad, zoals het meisje met twee alcoholisten als ouders. Of de jongen die door z’n eigen moeder op straat is gezet omdat ze het financieel niet kon rondbreien.”

Tips voor gemeenten

Welke tips hebben jullie voor gemeenten die interesse hebben in het Bouwdepot?

Manon: “het Bouwdepot is een zoektocht naar een andere invulling en werkwijze. Daar moet je als gemeente voor openstaan. Hier is durf voor nodig: durven we deze jongeren, met begeleiding, los te laten en erop te vertrouwen dat zij niets liever willen dan aan hun toekomst werken.”

Marleen: “De reflex bij veel gemeenten en het Rijk is: we gaan eerst een onderzoek doen en de boel inventariseren. Terwijl je veel betere resultaten krijgt als je denkt en doet vanuit de wereld van de jongere. Help concreet met een kamer en voldoende inkomen – dan kunnen we de cirkel doorbreken en doen we echt iets voor de jongeren.”

Ze besluit: “In Nederland hebben we nu meer dan 12.000 dakloze jongeren, een aantal dat de afgelopen tien jaar verdrievoudigd is. Daarom is het essentieel om in te zetten op preventie en dat is met de aanpak van het Bouwdepot: voldoende inkomen om die kamer ook te kunnen betalen. Het liefst zo vroeg mogelijk, zodra jongeren op hun achttiende verjaardag uit de Jeugdzorg, jeugd-ggz of jeugddetentie stromen, zodat ze niet dakloos hoeven te worden.”

Foto van Paul Blokhuis die een podcast inspreekt met twee personen die interviewen

Luister naar de podcast

Elke maand verschijnt er een podcast over het Bouwdepot van vijf jongeren. Manon: “We willen dat de samenleving en de gemeenteambtenaren zich beter kunnen inleven in hun wereld. In de podcast kun je horen hoe de jongeren het zelf ervaren en hoe ze zich ontwikkelen.”

Vraag een ‘Bouwdepot om tafel’ aan

Het ‘Bouwdepot om tafel’ is een brainstormsessie met onder andere wethouders, mbo’s en de creatieve sector. Marleen: “We sparren over de juiste vorm: wat heeft deze gemeente nodig om dit project te laten landen, welke samenwerkingspartners, welke vorm van hulp.” 

Meld je aan voor de toolkit en handreiking

Wil je in jouw gemeente ook een Bouwdepot opstarten? Een toolkit met handreiking zijn in de maak. Er staat ook in hoe je het project financieel kunt vormgeven. Meld je alvast aan door een mailtje te sturen naar: info@hetbouwdepot.nl