In Rotterdam groeide Project 010, een succesvolle Wonen Eerst-aanpak voor jongeren, uit tot een bredere Wonen Eerst 010-ambitie. Vanaf 2028 wil de stad jaarlijks 850 woningen beschikbaar stellen aan dak- en thuisloze Rotterdammers. Ketenregisseur René Meijborg en beleidsadviseur Derek Jochemsen van de gemeente Rotterdam vertellen hoe ze draagvlak voor deze koers creëerden. Ook delen ze lessen voor gemeenten die van een pilot naar een structurele Wonen Eerst-aanpak willen.
Beeld: © Gemeente Rotterdam / Wendy Steenks (Awareness + zootz)
Van 20 naar 35 jongeren per jaar
Project 010 begon als pilot voor (dreigend) dak- en thuisloze jongeren tussen de 18 en 23 jaar. In twee rondes stroomden telkens 10 jongeren in. De pilot bestond uit drie belangrijke onderdelen: een eigen huis bij de start van het traject, een warm netwerk van begeleiders dat maatwerk biedt en een doorbraakbudget.
Volgens René versterken die drie onderdelen elkaar. “Er moet snel een huis zijn, want opvang is schadelijk. Maar je hebt niks aan een huis als er niemand is die je helpt.” Ook geld speelt een belangrijke rol. “Als je een maand op je uitkering moet wachten, kan dat betekenen dat je een maand langer in de opvang zit.” Met het doorbraakbudget kunnen zulke financiële knelpunten snel worden opgelost.
Uit kwalitatief onderzoek bleek dat de aanpak werkte. Een eigen woning gaf jongeren rust en zorgde ervoor dat ze zich beter voelden. Het warme netwerk en het doorbraakbudget hielpen hen om hun basis op orde te krijgen en stappen naar zelfstandigheid te zetten. Derek: “Daarom werd Project 010 een structureel onderdeel van de ondersteuning voor dakloze jongeren in Rotterdam. De aanpak groeide naar jaarlijks 35 jongeren, met de ambitie om verder op te schalen.”
"Het is groeien met schokken."
Draagvlak groeit vanuit de praktijk
Om die ambitie waar te maken, was draagvlak nodig. Binnen de gemeente hielp nieuw, kwantitatief onderzoek naar de effecten van Project 010. Daaruit bleek dat de aanpak niet alleen positieve resultaten opleverde voor deelnemers, maar ook de samenwerking tussen organisaties en de ondersteuning vanuit de gemeente verbeterde. Bovendien leverde de aanpak maatschappelijke besparingen op.
Ook de ervaringen van individuele deelnemers hielpen om intern draagvlak te creëren. René en zijn collega’s bleven hen daarom centraal stellen. “We keken heel gericht wat deelnemers nodig hadden, waar zij tegenaan liepen en wat daarvoor moest veranderen. Daarover gingen we eerlijk het gesprek aan met de wethouder.”
Ook bij maatschappelijke partners groeide het draagvlak vanuit de praktijk. Derek: “We keken hoe de beste route naar zelfstandig wonen eruit zou zien. Wie hebben we daarvoor nodig en welke afspraken horen daarbij?” Zo ontstond stap voor stap een gezamenlijk netwerk. Woningcorporaties wisten bijvoorbeeld wie ze konden bellen als er problemen waren met een bewoner. Dat hielp om vertrouwen op te bouwen en steeds meer partijen aan te laten sluiten.
Stap voor stap opschalen
Rotterdam bouwde de aanpak steeds verder uit. Na de jongeren volgden onder meer oudere deelnemers, zwangere vrouwen en gezinnen. Per groep kijkt de gemeente welke ondersteuning nodig is en welke partners aangesloten moeten worden. “Het is groeien met schokken”, zegt Derek.
De sprong naar 850 woningen maakt Rotterdam daarom bewust niet in één keer, maar verspreid over drie jaar. “Ook wij hebben nog stappen te nemen”, zegt René. Vooral de samenwerking moet meegroeien, zonder dat het vertrouwen tussen partners verloren gaat. Daarbij moet het aantal woningen volgens Derek niet het doel op zich worden. “Het gaat erom dat we goede ondersteuning organiseren. En goede, duurzame ondersteuning begint bij een eigen woning.”
Voldoende woningen vinden blijft daarbij een uitdaging. Rotterdam heeft afspraken met woningcorporaties over het aantal en type woningen voor Wonen Eerst 010. Voor de komende jaren moeten die afspraken opnieuw worden gemaakt.
Tegelijk kijken gemeente en corporaties hoe ze het bestaande woningaanbod slimmer kunnen benutten en woningverlies kunnen tegengaan. Bijvoorbeeld door huisuitzettingen en huurschulden te voorkomen en snel in te grijpen bij problemen. Ook kijkt de gemeente hoe er meer woningaanbod kan bijkomen. “We moeten steeds blijven kijken hoe we onze ambities kunnen waarmaken met de woningen die beschikbaar zijn”, zegt Derek.
Wonen Eerst 010, tenzij
Een belangrijk uitgangspunt voor de verdere opschaling is: Wonen Eerst 010, tenzij. Voorheen werd pas op het einde van het zorgtraject gekeken of iemand zelfstandig kon wonen. Rotterdam draait dat om. Een eigen woning is de basis van het herstel. Dat is het uitgangspunt als een inwoner met een indicatie start aan het traject. Alleen als goed kan worden onderbouwd waarom zelfstandig wonen niet passend is, wordt naar een andere woon- of zorgvorm gezocht. Derek: “We willen niet meer vragen: kan iemand meedoen aan Wonen Eerst 010? Maak maar eens hard waarom iemand níet zelfstandig kan wonen.”
"Het proces van de deelnemer is leidend. Daar passen we onze organisatie op aan."
Ook de procesregisseur speelt een belangrijke rol. Deze medewerker van de gemeente wordt aan een deelnemer gekoppeld, houdt het overzicht en is een vast aanspreekpunt voor alle betrokken partijen. Dat betekent een omslag van een keten naar een netwerk. Gemeente, zorg, opvang en woningcorporatie werken niet meer na elkaar, maar tegelijk rond één persoon. “We maken het proces van de deelnemer leidend en passen onze organisatie daarop aan”, vertelt Derek.
Begin klein en leer van anderen
Voor andere gemeenten hebben Derek en René een duidelijk advies: begin in de praktijk. Zoek aansluiting bij professionals die dagelijks met dakloze mensen werken én bij medewerkers van woningcorporaties. Vraag waar zij tegenaan lopen, wat werkt en wat nodig is om samen verder te komen.
Neem daarbij de tijd om vertrouwen op te bouwen. Derek: “We zijn niet begonnen omdat het college ons een doel oplegde. We hebben iets geprobeerd, onderzocht wat werkte en zijn van daaruit steeds groter gaan denken.”
Ook belangrijk: gebruik de kennis die er al is. Rotterdam keek bijvoorbeeld naar de Housing First-aanpak in Finland. Inmiddels wisselt de stad ook kennis en ervaringen uit met andere Nederlandse steden in een Community of Practice. Bovendien is Rotterdam van 28 tot en met 30 oktober medeorganisator van de Housing First Europe Conference. René: “We weten eigenlijk best goed wat werkt tegen dakloosheid. Het gaat er nu vooral om die kennis samen toe te passen.”