Drie jaar na de lancering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis is de uitvoering van de eerste 2,5 jaar geëvalueerd door onderzoeksbureau Significant. Het bureau concludeert dat betrokken partijen hard aan de slag zijn gegaan met de aanpak van dakloosheid en op meerdere plekken in het land de aanpak vorm krijgt. Maar ook dat de ambitie om in 2030 geen dakloosheid meer te hebben in Nederland, in het huidige tempo niet gehaald wordt.
Naar aanleiding van deze conclusie roept demissionair staatssecretaris Pouw-Verweij (Langdurige en Maatschappelijke Zorg) in de Kamerbrief van 18 december 2025 een volgend kabinet op om het voorkomen van dakloosheid hoog op de politieke agenda te plaatsen en integraal beleid te voeren. Ook vraagt ze de regio’s om door te pakken.
Aanbevelingen aan het Rijk
Dat sluit aan bij de aanbevelingen uit het rapport. Het Rijk wordt geadviseerd om de aanpak van dakloosheid veel meer prioriteit te geven. Daarbij is regie vanuit het Rijk noodzakelijk, met een integrale benadering waarin ‘wonen’ de leidende rol krijgt. Daarnaast adviseren de onderzoekers om regio’s een resultaatgerichte bestuurlijke opdracht te geven, integrale doelfinanciering toe te passen en lokale partijen minder versnipperd en effectiever te ondersteunen. De staatssecretaris wil, samen met andere bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid betrokken partijen, kijken hoe zo goed mogelijk invulling kan worden gegeven aan de aanbevelingen.
Een bestuurlijke opdracht, gericht op concrete, meetbare resultaten, zou moeten aansluiten bij de volkshuisvestingsprogramma’s die worden gemaakt in het kader van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). In deze programma’s maken gemeenten op regionaal niveau afspraken over hoeveel, waar en voor wie er de komende jaren wordt gebouwd. Dit is, samen met de urgentieregeling die gemeenten moeten maken, een belangrijke randvoorwaarde om meer dakloze mensen te huisvesten.
Gemeenten kunnen de financiële middelen die zij ontvangen voor de aanpak van dakloosheid momenteel naar eigen inzicht inzetten. Voorbeelden van doelfinanciering, zoals toegepast in Denemarken, zijn veelbelovend. Daar is in de financieringssystematiek een sterke prikkel ingebouwd om woonplekken met begeleiding te realiseren, in plaats van langdurig verblijf in de maatschappelijke opvang. Eventuele aanpassingen in de financiering dienen in goed overleg met de VNG plaats te vinden.
Uit het onderzoek blijkt dat het huidige ondersteuningsaanbod regio’s inspiratie en kennis heeft opgeleverd en de bewustwording over de omvang van dakloosheid bij centrumgemeenten én regiogemeenten heeft vergroot. Aan een ondersteuningsstructuur die meer gericht is op ‘doen’, wordt nu gewerkt. Onder meer vanuit een samenwerkingsagenda door de VNG, Valente en Aedes, samen met de regioadviseurs van het Platform Sociaal Domein. Momenteel zetten zij in op een versnelling van het programma Wonen Eerst en bieden ze in 2026 in de regio concrete, praktische ondersteuning.
Naar verwachting is begin 2027 een nieuw, integraal ondersteuningsaanbod voor alle regio’s beschikbaar, gericht op het maken van de stap van praten naar doen.
Regio’s: focus op preventie en Wonen Eerst
Andere aanbevelingen uit de evaluatie richten zich op partijen in de regio. Zo wordt geadviseerd om te focussen op de kernelementen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: het toepassen van Wonen Eerst; het geven van urgentie aan dreigend dakloze mensen in lijn met de Wvrv; het werken aan passende woonoplossingen voor meerdere doelgroepen; en het serieus vormgeven van preventie door een breed preventief loket te realiseren, waar alle dreigend dakloze mensen terechtkunnen met vragen op alle leefgebieden.
Ook benoemen de onderzoekers het belang van het betrekken van ervaringskennis bij de vormgeving en uitvoering van de aanpak van dakloosheid.
Juiste beweging
Het rapport bevestigt de brede consensus dat de beweging richting preventie en Wonen Eerst de juiste koers is. Deze paradigmaverschuiving van opvang naar wonen is hard nodig, maar staat nog in de kinderschoenen. Om dit te realiseren is samenwerking essentieel, onder meer tussen verschillende domeinen – zoals zorg, wonen en werk & inkomen.
Daarnaast wijzen de onderzoekers op positieve ontwikkelingen: steeds meer regio’s zetten Wonen Eerst-pilots om in structureel beleid en wijzen preventief meer woningen toe. Ook geven woningcorporaties in toenemende mate prioriteit aan het huisvesten van dakloze mensen.
Het rapport wijst op kansen binnen de huidige en toekomstige regelgeving. Vooruitlopend op de Wvrv kunnen gemeenten dreigend dakloze mensen al urgentie op een sociale huurwoning geven. De mogelijkheden in de wet- en regelgeving om maatwerk in inkomensondersteuning toe te passen zijn al beschikbaar en komen er nog meer (Participatiewet in Balans).
Over het onderzoek
De onderzoekers hebben 37 regionaal vastgestelde plannen geanalyseerd, aangevuld met een enquête die is ingevuld door 38 regio’s en ongeveer 30 diepte-interviews met verschillende partijen op landelijk en regionaal niveau. Een klankbordgroep, bestaande uit 17 partijen, heeft de voortgang van het onderzoek actief gevolgd en inhoudelijke input geleverd.
Download de eindrapportage Onderzoek voortgang Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis
Lees de Kamerbrief voortgangsrapportage van het Nationaal Actieplan Dakloosheid over 2025